top of page
Zoeken

Alles wat mee verdwijnt bij contactbreuk

Bijgewerkt op: 15 mei


Overschaduwd


Wij zaten op een grote roze en stoffige wolk. In verwachting van onze jongste dochter, volop in de verbouwing van ons droomhuis.We keken uit naar de toekomst. Allemaal, ook onze kinderen.


Toen onze (stief)zoon van de een op andere dag niet meer terug kwam van een wisselmoment, hadden we nooit kunnen voorzien dat álles zou veranderen. Wat volgde was een schokgolf die ons leven volledig op zijn kop zette. En waar de geboorte van onze dochter een moment van pure vreugde had moeten zijn, werd ze overschaduwd door een verlies dat we nog geen “naam” konden geven.


Ruimte nodig


In de rouwpsychologie noemen we dit ambigue verlies, geïntroduceerd door onderzoeker Pauline Boss. Het is het verlies van iemand die nog leeft. Er is geen afscheid. Geen ritueel. Geen sociaal geaccepteerd moment om te treuren. Dat maakt rouwen bij contactbreuk buitengewoon complex. Want rouw heeft in onze samenleving een impliciete voorwaarde: er moet iemand gestorven zijn. Pas dan krijg je de ruimte voor verdriet, voor steun, voor het zichtbaar zijn in je pijn.


Wij kregen die ruimte niet. We durfden haar ook niet te nemen. En dus probeerden we te functioneren terwijl we van binnen langzaam werden uitgehold. Ik kan mij niet herinneren dat ik mij ooit zo eenzaam en onmachtig heb gevoeld.


Alles wat met hem verdween


Wat ons in die periode overspoelde, was niet alleen het gemis van onze (stief)zoon zelf. Het was alles wat met hem verdween.


Vanuit de rouwpsychologie noemen we dit “secondary loss” (secundair verlies): de keten van verliezen die volgt op het primaire verlies. Rouw betreft nooit één verlies. Het is een golf van samenhangende consequenties, vaak stil en sluipend.


Rouw heeft namelijk te maken met het verlies van álles wat dierbaar is.


Wij verloren niet alleen een kind. We verloren de vertrouwdheid en veiligheid van ons gezin. De identiteit die we hadden opgebouwd. Het gevoel van thuis. Van mensen die bij zijn leven hoorden, van plekken die vertrouwd waren, van rollen die van de ene op de andere dag verdwenen. Ook afscheid nemen daarvan was er niet bij.


De impact was voelbaar in elk facet van ons leven; praktisch, financieel en relationeel.


Identiteitscrises


Ik was opeens geen stiefmoeder meer. De man waar ik voor koos met al zijn hebben en houden was opeens geen vader meer. Een dochter was geen stiefzus meer en de andere dochter was opeens zusje van een onzichtbare broer.


Dat klinkt misschien klein naast alles wat er speelde. Maar het was niet klein. Het waren dingen en situaties die verdwenen zonder dat iemand dat zag, erkende of benoemde.


Heel veel zonder


Veel ouders kennen dat gevoel. De eerste Kerst zonder. De eerste zomer zonder. Weer een verjaardag zonder. Iets wat je samen had bedacht om te doen later. Het moment waarop je beseft dat de traditie die jullie altijd hadden, dat uitje, dat gerecht, dat liedje in de auto niet meer van jullie samen is. De moeder die op een verjaardag van een vriendin zit en niet weet wat ze moet zeggen als het gesprek over kinderen gaat. Een vader die de verjaardag van zijn dochter laat passeren zonder dat er iemand in zijn omgeving naar vraagt.


Zo'n dag komt en gaat, en de wereld draait gewoon door. Terwijl hij voor jou ook stilstaat.


Het blijft allemaal ongezien en onbenoemd.


Onze eerste vakantie als “nieuw gezin” staat in mijn geheugen gegrift. We vergaten van alles, sliepen slecht, kregen meerdere keren knallende ruzie en verweten elkaar van alles.


Maar eigenlijk waren we allebei gewoon boos en verward, alleen zagen we dat nog niet zo. Want hoe vier je vakantie als je gezin incompleet is? We rouwden niet alleen om hem. We rouwden om het gezin dat we waren geweest. Om de zomers die we ons hadden voorgesteld. Om de gewoontes die voorheen heel normaal waren, van ons waren en opeens niet meer klopte. Om de doelloze extra cabine in de tent. Om de lege plek op de achterbank. We voelden ons verwond en ontheemd.


(H)Erkenning


We noemen dit daarom ook wel disenfranchised grief: rouw die niet erkend wordt, omdat de omgeving het verlies (en alle gevolgen) niet ziet of begrijpt.


Ouders die ik begeleid in vergelijkbare situaties beschrijven het op hun eigen manier. De moeder die bij het ruiken van zijn lievelingseten, ineen krimpt zonder te weten waarom. De vader die de kamer van zijn zoon onveranderd laat, omdat hij niet weet wat hij er anders mee moet doen. De oma die kleertjes had bewaard voor een kleinkind dat ze misschien nooit zal vasthouden. De ouder die een specifieke route vermijdt omdat die langs de oude school loopt, langs het voetbalveld, langs alles wat eraan herinnert hoe het was.


Secundaire verliezen zijn zo persoonlijk als het leven zelf. Maar ze hebben één ding gemeen: ze worden zelden benoemd. En daardoor niet gerouwd.


Haarvaten


Rouwen om levend verlies is zoveel abstracter dan gedacht. Het heeft geen duidelijk begin en geen eindpunt. Het flakkert op bij een geur. Bij een maaltijd. Bij een liedje. Bij kleding die je had bewaard. Bij plekken waar je sindsdien niet meer komt.


Het flakkert op bij een geboortekaartje in de brievenbus van iemand anders. Bij een foto op social media van een vader en dochter samen.Bij de vraag van een collega: “Gaan je kinderen ook mee op vakantie?” Bij een lege stoel aan tafel met Kerst. Bij het zien van iemand op straat die ongeveer even oud zou zijn of diezelfde schoenen droeg.


Daar zit het secundair verlies.


Transformatie


In mijn vorige blog schreef ik over de scheidslijn van voor en na een contactbreuk. Rouwen is namelijk een transformatieproces van wie je was vóór het verlies naar wie je daarna bent. Die transformatie vraagt tijd, ruimte en erkenning. Drie dingen die bij levend verlies structureel ontbreken. En zowel het primaire verlies (de breuk zelf) als het secundaire verlies (wat je allemaal nog meer verliest) beweegt in dat transformatieproces mee.


Had ik maar geweten


Als iemand ons dat destijds had uitgelegd, als er iemand was geweest die had gezien dat wij rouwende ouders waren, en zoveel meer verloren waren dan alleen “contact”, hadden we zulke andere wegen kunnen bewandelen.


Ruimte maken voor rouw


Een contactbreuk tussen ouder en kind is een traumatische ervaring waarbij het verlies zich vaak veel verder verspreidt dan alleen het gemis van contact. Juist dat secundaire verlies raakt aan de haarvaten van het dagelijks leven.


In mijn werk bij De Maakplaats voor Rouw begeleid ik ouders die leven met deze vaak onzichtbare vorm van rouw via coaching, workshops en praktische tools rondom contactverlies en levend verlies. Misschien is een van deze vormen passend als het secundaire verlies zoveel met je doet: 


Ik schrijf dus ik blijf: een online schrijfcursus voor ouders die via woorden verbonden willen blijven met hun kind, juist wanneer contact, rituelen en vanzelfsprekende momenten zijn weggevallen.

De relatie met jouw rouw: een workshop over hoe eerdere verliezen, hechting en oude pijn kunnen meebewegen in het secundaire verlies van contactbreuk en invloed hebben op hoe je omgaat met afwijzing, machteloosheid en gemis.

De taal van mijn gemis: een dagboek speciaal voor ouders met contactbreuk, voor alles wat geen plek meer lijkt te hebben sinds zoveel stil en onzichtbaar verloren ging.

Eenzijdig ouderschapsplanner: een praktische planner om ouderschap en betrokkenheid vorm te blijven geven wanneer de traditionele rol, routines en gezinsstructuur zijn weggevallen.

Coaching bij contactverlies: persoonlijke begeleiding voor ouders die vastlopen in het secundaire verlies van contactbreuk en behoefte hebben aan een plek waar zowel het zichtbare als onzichtbare verlies erkend mag worden.


Rouwcirkel: maandelijkse online bijeenkomsten voor ouders die herkenning zoeken in de vaak onzichtbare en niet-erkende lagen van primair en secundair verlies.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page