top of page
Zoeken

Gaslighting bij een contactbreuk

Wanneer je kind verhalen over jou vertelt die niet waar zijn.



Dit is nooit gebeurd

Je kind vertelt familieleden dat jij hem of haar vroeger regelmatig alleen thuisliet, terwijl jij zeker weet dat dit niet gebeurde. Een ruzie die je je goed herinnert, krijgt jaren later een compleet andere aanleiding, verloop of afloop. Je zou iets verschrikkelijks hebben gezegd. Niet anders bedoeld. Niet verkeerd geïnterpreteerd. Je zou letterlijk woorden hebben uitgesproken waarvan jij zeker weet: dat heb ik nooit gezegd. Een bericht dat jij stuurde wordt doorverteld zonder de berichten ervoor en erna, waardoor de betekenis volledig verandert. Je hoort via anderen dat je kind vroeger “nooit zichzelf mocht zijn” bij jou, terwijl dit nooit eerder is uitgesproken.


Een eenmalige gebeurtenis wordt in het verhaal ineens iets wat “altijd” gebeurde. Jouw pogingen om contact te herstellen worden beschreven als controle, manipulatie of lastigvallen. Gebeurtenissen worden omgedraaid: iets wat tegen jou werd gezegd of gedaan, zou juist door jou zijn gedaan. Familie of vrienden confronteren je met verhalen waarvan je denkt: Waar komt dit in hemelsnaam vandaan? En wanneer je probeert uit te leggen wat er volgens jou werkelijk is gebeurd, wordt dát vervolgens gezien als bewijs dat jij niet kunt luisteren, geen verantwoordelijkheid neemt of alles ontkent.


Het ingewikkelde is dat je je kind misschien tegelijkertijd enorm mist. Je wilt helemaal geen strijd voeren over wie gelijk heeft. Je wilt je kind terug. Maar tegelijk denk je, hoe kan ik iets bevestigen waarvan ik weet dat het niet gebeurd is?


Gaslighting

Ik wil eerst wat nuance aanbrengen want het woord gaslighting wordt tegenwoordig naar mijn mening te snel gebruikt. Iemand heeft een andere mening? Gaslighting. Iemand ontkent iets? Gaslighting. Iemand liegt? Gaslighting.


Zo eenvoudig is het niet…


Gaslighting gaat niet alleen over het vertellen van onwaarheden. Het gaat vooral om gedrag waardoor een ander steeds meer gaat twijfelen aan zijn eigen waarneming, herinneringen en beoordeling van de werkelijkheid. Onderzoek beschrijft het als een vorm van psychologische manipulatie waarbij iemands vertrouwen in de eigen werkelijkheid wordt aangetast.


En toch probeer ik voorzichtig te zijn met dit woord. Je kind kan namelijk oprecht iets anders hebben ervaren dan jij. Herinneringen worden niet als videobeelden precies zo letterlijk opgeslagen in ons brein. Wanneer we later terugdenken, bouwen we die herinnering als het ware opnieuw op. Emoties, latere ervaringen en wat anderen vertellen kunnen daardoor invloed hebben op hoe we ons iets herinneren.


Maar dat betekent niet automatisch dat iedere herinnering of ieder verhaal ook feitelijk klopt.


Er is een belangrijk verschil tussen hoe iemand iets heeft ervaren en wat er concreet is gebeurd.


“Ik heb onze thuissituatie als onveilig ervaren.” gaat over de persoonlijke beleving van een situatie.


“Jij sloot mij iedere avond op in mijn kamer.” is een concrete uitspraak over een gebeurtenis die wel of niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.


Die twee kunnen naast elkaar bestaan, maar ze zijn niet hetzelfde. Een gevoel of ervaring hoeft niet bewezen te worden om echt te zijn. Een concrete gebeurtenis kan wél feitelijk worden nagegaan. Juist dat onderscheid is belangrijk wanneer verhalen over het verleden sterk van elkaar verschillen.


Juist daarom is het onderscheid tussen beleving en feit belangrijk bij gaslighting. Je kind kan iets oprecht anders hebben ervaren dan jij. Maar wanneer concrete gebeurtenissen anders worden verteld dan ze volgens jou zijn gebeurd, kan dat niet alleen maken dat jij gaat twijfelen aan je eigen herinnering en werkelijkheid. Het kan er ook voor zorgen dat anderen anders naar jou en jouw ouderschap gaan kijken. Bij gaslighting wordt jouw vertrouwen in je eigen werkelijkheid steeds verder ondermijnd, terwijl de versie van de ander steeds meer als de waarheid gaat gelden.


Twee waarheden?

Binnen families, maar ook in rechtszaken, hulpverlening en bij contactbreuken hoor je vaak: “Iedereen heeft zijn eigen waarheid.” Of: “Er zijn altijd twee kanten van een verhaal.”


En voor een deel klopt dat.


Een kind kan terugkijken op zijn jeugd en pijn voelen bij dingen waarvan een ouder toen niet wist dat ze pijn deden. Een ouder kan vanuit liefde hebben gehandeld, terwijl een kind zich toch niet gezien of begrepen voelde. Wat je bedoelde en hoe het bij de ander binnenkwam, zijn niet altijd hetzelfde.


Je kan als ouder dus niet te zeggen: “Dat heb jij verkeerd gevoeld.”

Je kunt wel zeggen: “Ik wist niet dat jij dat zo hebt ervaren.”


Maar er zit wel een grens aan het idee van twee waarheden.


Stel, jij en een collega waren allebei op dinsdag aan het werk. Jij vond het een stressvolle dag, je collega juist een rustige dag. Dat zijn twee verschillende ervaringen van dezelfde gebeurtenis.


Maar wanneer die collega later zegt: “Jij was die dinsdag helemaal niet op je werk,” terwijl jij zeker weet dat je er wel was, gaat het niet meer over een verschil in beleving. Dan wordt er iets anders gezegd over wat er feitelijk is gebeurd.


Een kind kan zich herinneren dat het geen trek had en later op de kamer verder mocht eten.


Maar wanneer die herinnering later wordt verteld als: “Ik kreeg straf omdat ik niet wilde eten en werd daarom opgesloten in mijn kamer,” terwijl de ouder de situatie heel anders heeft meegemaakt, ontstaat er iets ingewikkelds.


Dan verschillen niet alleen de gevoelens over wat er gebeurde, maar ook de beschrijving van de gebeurtenis zelf. En precies daar kan het gaslighting worden. Wanneer de situatie steeds opnieuw wordt ontkend of vervangen door een andere versie, kun je uiteindelijk gaan twijfelen aan wat jij zelf hebt gezien, gedaan en onthouden.


Zie je wel!

Hier begint vaak de bewijsdrang. Je gaat terugzoeken. WhatsApp-gesprekken van vier jaar geleden. Foto's. Agenda's. E-mails. Oude Facebookberichten. Vakantieboekingen. Schoolrapporten. Je vraagt een van je vrienden of je partner: “Jij was daar toch ook bij?” Je reconstrueert dat ene gesprek voor de honderdste keer.


Niet zozeer omdat jij je gelijk wilt halen. Maar je wilt eigenlijk weten “Klopt mijn werkelijkheid nog of word ik gek?”


Autobiografische herinneringen spelen een belangrijke rol in hoe we onszelf en ons levensverhaal begrijpen. Ze zijn nauw verbonden met onze identiteit. Wanneer iemand een totaal andere versie vertelt van gebeurtenissen die deel uitmaken van jouw leven, raakt dat daarom meer dan één herinnering.


Het raakt aan wie jij denkt dat je bent.

Was ik dan echt zo'n slechte ouder? Heb ik dit gemist? Heb ik dingen gedaan die ik me niet herinner? Was ons gezin dan helemaal niet zoals ik dacht?


Hiermee ben je niet alleen je kind kwijt. Ook jezelf, je vertrouwen en gezamenlijke geschiedenis raakt hierdoor zoek. Dat is ook waarom gaslighting zo verscheurend is.. De schade zit niet alleen in het onjuiste verhaal, maar in wat er vervolgens met jouw vertrouwen in je eigen waarneming gebeurt.


Een verhaal krijgt publiek

Een contactbreuk vindt nooit in een ‘vacuüm’ plaats. Er zijn opa's en oma's. Broers en zussen. Nieuwe partners. Ex-partners. Ooms en tantes. Vrienden. Buren. Hulpverleners.


En we kunnen het niet voorkomen maar alle verhalen reizen.

Wanneer jouw kind tegen iemand zegt: “Mijn moeder heeft mijn hele jeugd…”, hoort diegene meestal niet jouw versie.


Mensen proberen gebeurtenissen begrijpelijk te maken en kiezen soms ongemerkt een verhaal dat overzicht geeft: slachtoffer, dader, oorzaak, gevolg. Gaslighting kan daardoor ook sociale impact hebben. Niet alleen jij gaat twijfelen aan jouw werkelijkheid, maar je ziet ook dat anderen een verkeerde versie over jou gaan geloven die jij niet herkent.


Voor de ouder kan daardoor een derde verlies ontstaan; Je sociale omgeving is niet meer veilig en verlies je.


Je lijf luistert mee

En dat gevoel blijft niet alleen in je hoofd zitten.

Contactbreuk is namelijk een relationele dreiging. Daarbovenop kan de ervaring komen dat je sociaal wordt afgewezen of negatief wordt beoordeeld door anderen.


Onderzoek naar sociale afwijzing laat zien dat dergelijke dreiging niet alleen een psychologische ervaring is. Ons lichaam reageert erop.


Dat maakt het ook begrijpelijk waarom een nieuw bericht of verwijt soms zó hard binnenkomt.


Je hartslag schiet omhoog, je voelt onrust in je buik of spanning in je nek. Misschien hoor je via familie of kennissen wat er over je wordt verteld, krijg je een bericht of socialmedia printscreen doorgestuurd, vang je iets op tijdens een gesprek of word je rechtstreeks met een beschuldiging geconfronteerd.


In je hoofd begint het meteen te malen: Maar dat is helemaal niet zo gegaan. Hoe komen ze hierbij? Wie gelooft dit nog meer? Moet ik hier iets van zeggen? Wat kan ik doen? Je zoekt terug in je geheugen, je telefoon, foto’s, wilt misschien bewijs vinden of voelt de sterke neiging om jezelf uit te leggen. Het gaat dan allang niet meer alleen over dat ene verhaal. Het gaat over de voortdurende spanning van afgewezen worden, jezelf steeds opnieuw moeten verdedigen en de machteloosheid wanneer jouw werkelijkheid zo vaak wordt tegengesproken dat je op den duur denkt: zie ik dit nou echt verkeerd, overdrijf ik, of word ik gek?


Wanneer dit constant gebeurt, kan gaslighting daarmee veel meer worden dan een strijd. Je lichaam zal zich gaan voorbereiden op het volgende moment waarop jouw werkelijkheid opnieuw ter discussie wordt gesteld.


De rechtbank in je hoofd

Het risico is dat je leven vervolgens langzaam één groot pleidooi wordt.


Bewijsstuk A: de WhatsApp berichten.

Bewijsstuk B: die vakantie waar je kind juist zo gelukkig was.

Bewijsstuk C: je zus die kan bevestigen dat jij dat nooit hebt gezegd of gedaan.

Bewijsstuk D…

Bewijsstuk E….


Geloof me alle ouders die ik spreek hebben ze.


Maar voor je het weet voer je iedere dag een rechtszaak in je hoofd waarin niemand ooit uitspraak zal doen. Dat kost ongelooflijk veel energie.


Bovendien kun je iemand zelden een andere betekenis van zijn eigen verleden inbewijzen. Zelfs wanneer je kunt aantonen dat één concreet onderdeel feitelijk anders is gegaan, verandert daarmee niet automatisch het gevoel dat je kind of zijn omgeving aan die periode heeft overgehouden.


Dat betekent niet dat je moet meegaan in onwaarheden. Of dat je helemaal niks doet.

Maar je kunt er wel voor kiezen (hoe verschrikkelijk moeilijk dat ook is) om het onmogelijke project met jouw hele ouderschap via bewijsstukken vrij te pleiten, los te laten.


Als een verhaal rust geeft

Bij veel strijd tussen ouders, of tussen een volwassen kind, diens partner en een ouder, kan een kind gaan ontdekken welke antwoorden de meeste rust geven. Niet omdat het bewust wil liegen, maar omdat het vooral wil dat de spanning stopt. Het merkt bijvoorbeeld dat een positief verhaal over de ene ouder verdriet, boosheid of conflict oproept bij de andere. Of dat een hulpverlener (onbedoeld) pas verder kan wanneer een kind duidelijk partij kiest.


Dan kan een kind steeds stelliger gaan vertellen wat op dat moment de meeste rust geeft. Niet per se omdat die versie helemaal klopt, maar omdat nuance juist weer spanning kan oproepen. “Ik mis mijn vader, maar ik wil mijn moeder niet verdrietig maken” is ingewikkeld om vol te houden. Net als: “Ik mis mijn moeder, maar ik wil geen gedoe met mijn partner.”


“Ik wil hem of haar niet meer zien” is dan veel duidelijker. Het voorkomt vragen, haalt een kind uit de strijd en kan daardoor tijdelijk rust geven.


Na verloop van tijd kan zo’n verhaal zich vastzetten. Het wordt herhaald, bevestigd of aangevuld door anderen en steeds moeilijker om op terug te komen. Je kind gaat hierdoor niet alleen in deze versie van het verhaal geloven, maar ook het terugnemen ervan zal opnieuw onrust veroorzaken. En dát wil je kind nou juist net niet.


Hier vind ik voorzichtigheid met het woord gaslighting belangrijk. Een kind dat een verhaal aanpast om spanning te verminderen, handelt niet automatisch met de bedoeling om jouw werkelijkheid te ondermijnen. Het effect op jou kan daarentegen wél zijn dat je steeds meer aan die werkelijkheid gaat twijfelen.


Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat je kind zegt, maar ook naar wat dat verhaal voor jouw kind oplost of voorkomt.


Niet happen

Wat helpt meestal níét?

Jezelf tegenover iedereen verdedigen. Iedere beschuldiging punt voor punt weerleggen. Je kind, schoonzoon of ex betrappen op inconsistenties. Een map met screenshots toesturen. Familieleden overtuigen dat jouw kind liegt. Of reageren met: “Zie je wel dat jij alles verdraait?”


Zelfs wanneer je inhoudelijk gelijk hebt, kan zo'n reactie de strijd verder verharden.


Dat wil niet zeggen dat je helemaal niets moet doen. Soms is begrenzen nodig. Zeker wanneer beschuldigingen ernstige consequenties kunnen hebben. Denk aan een melding bij Veilig Thuis of jeugdhulp, beschuldigingen in een juridische procedure rond gezag of omgang, problemen op het werk wanneer verhalen bij een werkgever terechtkomen, of reputatieschade binnen familie, vriendenkring of gemeenschap. Ook kan het gevolgen hebben voor het contact met andere kinderen of kleinkinderen wanneer zij het verhaal als feit gaan aannemen.


Feiten vastleggen kan dan verstandig zijn.

Maar er bestaat een verschil tussen iets documenteren omdat het nodig is en dag en nacht bewijs verzamelen omdat je hoofd en lijf verlangen naar de opluchting van eindelijk geloofd worden.


In veel gevallen vergroot het alleen nog maar meer de afstand.


Gaslighting bestrijden door eindeloos te bewijzen dat jij gelijk hebt, brengt je eigen vertrouwen daarom niet automatisch terug. Soms houdt het je juist gevangen in dezelfde vraag: wie bepaalt eigenlijk wat waar is?


Misschien helpt het om niet nóg een keer te kijken naar wat je kunt bewijzen, maar naar wat er geraakt wordt. Gaat het erom dat je wilt dat de feiten kloppen? Dat anderen anders naar je kijken? Dat je kind jou weer ziet zoals jij jezelf als ouder kent? Of merk je dat je vooral bent gaan twijfelen aan jezelf? Juist dat onderscheid kan helpen om te bepalen wat je nodig hebt. Niet ieder gekwetst stuk wordt namelijk hersteld door nog meer bewijs en strijd…


Verdraag het maar eens

Een van de pijnlijkste opdrachten bij een contactbreuk is verdragen dat ergens een verhaal over jou kan bestaan dat jij niet kunt corrigeren.


Ik vind “loslaten” hierbij vaak een onjuist woord. Alsof je even besluit dat het je niet meer raakt en je het gevoelloos van je af kan wimpelen. Ik wil juist voorkomen dat ouders tijdens een contactbreuk verharden.


Verdraagzaamheid vind ik een passender woord. Je erkent dat je geen volledige controle hebt over het verhaal dat een ander over jou vertelt. Dat is bij gaslighting misschien wel een van de moeilijkste dingen om te doen.


Je kunt luisteren naar de pijn van je kind zonder een niet-gebeurde gebeurtenis te erkennen. Je kunt verantwoordelijkheid nemen voor dingen die je achteraf anders had willen doen zonder verantwoordelijkheid te nemen voor álles wat jou wordt toegeschreven.


Je zou kunnen zeggen:

“Ik herken die gebeurtenis niet zoals jij hem beschrijft. Maar ik hoor wel dat er voor jou veel pijn aan vast zit.”


Daar zit geen schuldbekentenis in. Maar je maakt hiermee wel ruimte in een conflict dat muurvast zit. En soms is dat het hoogst haalbare wanneer twee levens ver uit elkaar zijn komen te liggen.


Terug naar jezelf

Herstel begint daarom niet noodzakelijk bij het bewijzen van jouw verhaal. Het begint bij opnieuw stevigheid ervaren in je eigen verhaal.


Dat kan betekenen dat je voor jezelf opschrijft wat jij weet, wat je niet meer zeker weet en waar je kunt erkennen dat jouw kind iets anders heeft ervaren dan dat jij bedoeld had.


Praat daarnaast met mensen bij wie je niet voortdurend je onschuld hoeft te verdedigen. Mensen die kunnen zeggen: “Ik ken niet ieder detail, maar ik zie wat dit met jou doet.”


En kijk ook eerlijk naar jezelf. Met de kennis van nu, waar zou je nu anders handelen? Wat had je destijds willen weten? Wat heb je zelf als kind niet geleerd of meegekregen waardoor je niet anders wist dan dat het zo moest. Waar heb jij zelf steun en begrip gemist als ouder in die periode?


Juist wanneer je niet álles hoeft af te wijzen, ontstaat er meer ruimte om duidelijk te blijven over datgene wat voor jou níét klopt.


Zelfreflectie betekent namelijk niet dat je automatisch schuldig bent. Herstellen van gaslighting gaat niet alleen over ontdekken wat er precies gebeurd is. Het gaat ook over opnieuw leren vertrouwen op jezelf, terwijl je ruimte houdt voor het feit dat jouw kind iets anders kan hebben beleefd.


Het betekent dat je stevig genoeg wordt om naar jezelf te kijken. Je kunt verantwoordelijkheid nemen voor je eigen aandeel, spijt voelen over dingen die je anders had willen doen en tegelijkertijd blijven staan voor wat jij niet herkent. Liefdevol naar jezelf durven kijken, zonder jezelf vrij te pleiten én zonder jezelf te veroordelen. Erkennen wat van jou is, mild zijn voor wat je toen nog niet wist of kon, en tegelijk ruimte houden voor de pijn en beleving van je kind. Je kunt trouw blijven aan je eigen werkelijkheid en toch open blijven staan voor de beleving van je kind.


En als er ooit weer contact komt?

Dit is zeker weten een lastige.. Want stel dat je kind over een maand of aantal jaar op de stoep staat.


Ga je dan eerst het dossier openen? Waarschijnlijk verlang je naar iets heel anders.


Naar horen wat er gebeurd is. Naar vertellen wat het met hen en jou heeft gedaan. Naar erkenning. Maar herstel van contact vraagt niet noodzakelijk dat jullie uiteindelijk één identieke ervaring van de geschiedenis hebben.


Soms begint herstel pas wanneer twee mensen kunnen verdragen dat hun herinneringen en betekenissen niet volledig samenvallen.


Waarbij er óók ruimte moet blijven voor grenzen. Je hoeft niet te zeggen dat iets gebeurd is wanneer jij overtuigd bent dat het niet gebeurd is. Je hoeft je eigen werkelijkheid niet in te leveren als toegangsprijs voor contact..


Na gaslighting kan juist dát spannend zijn: luisteren naar het verhaal van je kind kan voelen alsof je opnieuw moet twijfelen aan jezelf. Maar luisteren en bevestigen zijn twee verschillende dingen. “Ik herinner me dit anders dan jij, maar ik wil wel begrijpen hoe jij het hebt beleefd en waarom jij dit zo ziet.”


Dat is proberen jullie relatie belangrijker te maken dan wie er gelijk heeft.


Misschien herken je hoeveel energie het kost om steeds te twijfelen, terug te zoeken en jezelf te willen verdedigen. Als je daar wat meer rust, houvast en ruimte in wilt vinden, kunnen deze vormen je daarbij helpen.


Wat kan je helpen om weer houvast te vinden?

Wanneer verschillende verhalen over het verleden door elkaar heen gaan lopen, kun je gaan twijfelen aan wat jij zelf nog weet en voelt. Met korte schrijfoefeningen onderzoek je jouw kijk op waarheid, verlies en je eigen verhaal. Zo ontstaat er meer houvast in wat van jou is.


Misschien zit je hoofd vol met alle

s wat je nog wilt zeggen, uitleggen of rechtzetten, terwijl contact juist opnieuw spanning kan geven. In deze cursus leer je je gedachten en gevoelens ordenen en zorgvuldig schrijven aan je kind, zonder de afstand te overschrijden. Zo geef je jouw kant van het verhaal ruimte én blijf je liefdevol aanwezig als ouder.


Als alle twijfel, boosheid en bewijsdrang veel ruimte innemen, kan het echte gemis soms naar de achtergrond verdwijnen. Dit rouwdagboek helpt je stil te staan bij wat er onder alles leeft en woorden te geven aan wat moeilijk uit te leggen is. Zo krijgt niet alleen het verhaal, maar ook jouw verdriet een plek.


Misschien merk je hoe eenzaam het is wanneer je steeds opnieuw twijfelt aan jezelf of het gevoel hebt dat niemand werkelijk begrijpt wat dit met je doet. In de rouwcirkel deel en luister je met andere ouders die leven met een contactbreuk. Geen oplossingen of discussie over wie gelijk heeft, maar ruimte voor ervaring, emoties, hoop, zelftwijfel en alles wat deze contactbreuk met je doet.




 
 
 

Opmerkingen


bottom of page